Brief begin 2018


Beste lezers.


Via deze nieuwsbrief willen we jullie op de hoogte brengen van onze plannen.

Want we gaan in november 2018 weer naar  Essau.  Zoals we begin dit jaar al schreven.

---------------------------------------

Toen:

----------------------------------------

Na een jaar van zorgen (Koos’ ziek zijn), maar ook van opbouwend herstel, durven Koos en ik het weer aan om van 2 tot 28 april te gaan werken in een ziekenhuis in Gambia. Ons voornemen is om hier de komende tijd twee keer per jaar te gaan werken.

Vorig jaar november zijn we voor een vakantie/oriëntatie kort in Gambia geweest. 

Daar kwamen we in contact met een kraamverzorgende die met een team projectmatig werkt in een klein ziekenhuisje in het armste deel van Gambia, in het plaatsje Essau. Essau ligt aan de overkant van de rivier nabij de hoofdstad Banjul. 

Deze kraamverzorgende (en overige medewerkers) hebben inmiddels een organisatie opgezet in Nederland genaamd 'Rescue baby Gambia' www.rescuebabygambia.nl

Ze nodigde ons uit om te komen kijken in het ziekenhuis, waar we gehoor aan gaven. We kwamen via een veerpond in een gebied terecht waar het stoffig, vuil en zeer arm is. In dit gebied is nauwelijks tot geen ontwikkelingshulp. B

ij gebrek aan hotels of ander comfortabel onderkomen nodigt het niet uit om hier te werken/zijn. Heel bijzonder vonden wij dat we de dagen ervoor van 3 verschillende taxichauffeurs te horen kregen: “Er komen hier veel mensen om te helpen en daar zijn we blij mee, maar vergeet niet de mensen in de arme dorpen! “


In het ziekenhuis waar we terecht kwamen is sinds ongeveer een jaar stromend water. Regelmatig is er geen stroom (gelukkig is er een generator die dit soms opvangt), lopen er geiten en katten tussen de verschillende afdelingen, etc. 

Daarnaast ontbreken er veel middelen en materialen voor een goede behandeling. Ook is er een tekort aan kennis waardoor er o.a. bepaalde operaties (waaronder keizersneden) niet uitgevoerd kunnen worden. Mede hierdoor sterven veel kinderen voor, tijdens en kort na de geboorte(10%).

Graag willen wij onze naasten liefhebben door onze kennis en ervaring in te zetten voor de mensen in dit ziekenhuis. 

Koos zal gezien zijn beperkte energie met name kennis delen met de werkende artsen in het ziekenhuis en ik zal in hoofdzaak gaan helpen op de verlos- en kraamafdeling (er bevallen zo’n 1800 vrouwen per jaar, 80% van de vrouwen is besneden, de hygiëne laat te wensen over en de controle op de pasgeborenen is onvoldoende) dus er is genoeg te doen.

Daarnaast is er behoefte aan kennis en ervaring op het gebied van brandwondenzorg. In Malawi heb ik twee seizoenen gewerkt op de brandwondenafdeling. 

Daarbij mochten Koos en ik een week in het Martiniziekenhuis mee kijken met de artsen en verpleegkundig specialisten op het gebied van brandwondenzorg. Wij zien hierin dat God ons voorbereid op taken die we zelf soms nog niet weten, geweldig hè?

Bij deze willen we aan jullie gebed vragen voor het werk wat we daar zullen gaan doen. Het is een gebied waarvan 90% van de bevolking moslim is. Wij kunnen en willen van alles doen, maar het gaat erom dat God ons hierin leidt en zegent waardoor Zijn liefde wordt verspreid.


Zondag, 1 april zullen we in de 2de dienst uitgezegend worden. Het uitzegenen is belangrijk voor ons, deze zegen hebben we hard nodig en al verschillende keren ervaren op onze vorige reizen.


Tijdens ons verblijf in Gambia houden we jullie op de hoogte van onze ervaringen via Facebook (www.facebook.com/medischwerk }of jullie kunnen ons volgen op onze site www.willyenkoos.com. Willen jullie ons werk financieel ondersteunen dan kan een bedrag worden overgemaakt naar Ichtus NL59 RABO 0347 3762 66, onder vermelding van WillyenKoos in Afrika.

De volgende pagina is geschreven door Willy in haar stagetijd in het 


Diakonessenziekenhuis in Paramaribo. 

Lieve mensen,

Inmiddels zijn Koos en ik alweer vijf weken in Suriname, de tijd vliegt. Mijn werkprogramma in het ziekenhuis is intensief, elke week werk ik mee op een andere unit waar ik nog dagelijks nieuwe ziektebeelden en de daarbij behorende behandelingen meemaak. Soms gaat het te snel om alles onder de knie te krijgen wat soms een gevoel van tekortkoming geeft. Ik vind het lastig om hiermee te dealen. Niet alleen de inhoud van het werk kost energie maar ook mijn plek vinden in een andere cultuur. Collega’s zijn niet gewend aan een uitgebreide uitleg en geven die ook niet. Dit bedoelen ze niet vervelend maar de communicatie is hier anders. Ik zie dat dit ook problemen geeft onderling. Regelmatig ontstaan communicatieproblemen tussen de ouders van de kinderen en het verplegend personeel, wat leidt tot frustratie en conflicten. Voeg hierbij nog een snuifje emotie aan toe en de vlam slaat in de pan. Vorige week moest de bewaking de rust en orde herstellen tussen verschillende familieleden van een baby en het verplegend personeel. Het niet opvolgen van regels op de afdeling is vaak de oorzaak. Zelf vind ik het nog steeds lastig om voor mezelf te bepalen in hoeverre ik meebeweeg in hun gewoontes en om daarbij niet mijn eigen identiteit te verliezen. Daarnaast kan ik (denk ik) veel betekenen voor de zieke kinderen. Ik geef hen naast de verpleegkundige handelingen ook aandacht, troost als het nodig is, en probeer hen een gevoel van veiligheid te geven door op hun niveau uit te leggen wat we o.a. gaan doen. Zo vertelde ik afgelopen week aan een meisje van dertien jaar dat er geen naald maar een dun plastic buisje in haar hand steekt (voor de aansluiting van het infuus), deze eenvoudige verheldering luchtte het kind enorm op. De verpleegkundigen hier geven weinig aandacht aan een uitleg of troost.

Afgelopen week kreeg ik van Nanda de lay-out voor onze nieuwsbrief, deze ziet er leuk uit! Het bijzondere is dat ik vandaag eenzelfde motief zag in een tijdschrift waar de tekst in stond: ‘Wees dapper en straal, laat je licht schijnen. Laat jezelf zien in Zijn grootsheid’. In het artikel werd verder verwezen naar de woorden van Jezus: ”Laat je licht schijnen voor de mensen zodat ze jullie goede daden zien. Zet je licht niet onder een korenmaat”. Een heerlijke bemoediging voor de komende tijd. Ik hoef het zelf niet te doen, ik hoef me alleen maar open te stellen voor het licht van Hem wat hopelijk zal doorschijnen naar de mensen om mij heen. Willen jullie meebidden voor verspreiding van Zijn licht?

Ook zie ik steeds meer de achteruitgang van de economie wat gevolgen heeft voor het ziekenhuis. De kosten van verbruiksmaterialen zijn duurder dan de inkomsten. Dit heeft tot gevolg dat de verpleegkundigen soms pas een paar weken later hun salaris krijgen. Ook staat hun salaris niet meer in verhouding met de prijzen van de producten. Omgerekend verdienen ze 300 tot 500 euro per maand, de prijzen in de winkels zijn vergelijkbaar met die in Nederland, reken dus maar uit… Op de afdeling zijn soms de gaasjes of de handschoenen op en is er tijdelijk geen medicijn, (wat dan tijdelijk ‘geleend’ wordt van een ander patiënt) dat kunnen wij in Nederland moeilijk voorstellen maar is hier de realiteit. Op de hele afdeling is er één verbandschaar….. Mensen die graag iets zouden willen doneren, graag verbandscharen!! Ze kosten 5 euro per stuk.


Warme groet, Willy


Week 3

De derde week, deze week loop ik stage op de Intensieve Care van de kinderafdeling.

De dagelijkse zorg zoals wassen, verschonen, bloeddruk, ademhaling, temperatuur en pols meten begin ik onder de knie te krijgen. Ook merk ik dat de zorgdossiers wat duidelijker voor mij worden. Ook op deze afdeling is infectiepreventie heel belangrijk. Voor het verzorgen van elk kind draagt men een apart schort, en draag je altijd handschoenen als je werkt in de couveuses. Hier valt voor mij nog heel veel te leren zoals: Instellen van infusen, pompen, klimaat van de couveuses, hoe te handelen bij ……, etc. Deze week dus goed kijken en veel vragen.

Ik luister mee als de kinderartsen visite lopen en probeer de voortgang van het behandelingsplan te begrijpen. Deze week neem ik een lijst mee van de lab-waarden en kijk thuis rustig wat elke afkorting betekend en waarom dit onderzocht moet worden.

Deze week lag er een kindje op de IC dat erg ziek was, de dominee en imam werden gevraagd om voor het kind te bidden. Toen de dominee kwam werden andere ouders/bezoek gevraagd om even de unit te verlaten. De vader van het zieke kind is christen en de moeder moslim. De dominee vroeg of beiden in God geloofden, dat bevestigden ze. Hij vroeg hen te kijken naar wat ons verbindt en niet naar wat ons scheidt. Daarom, zei hij, konden we met elkaar tot God bidden. Ik verwachtte dat de dominee met de ouders en grootouders voor het kind zouden bidden maar tot mijn verbazing werd verwacht dat alle verpleegkundigen op de unit ook meebaden! In een kring stonden we om het kind en baden met elkaar voor genezing. Een geweldige ervaring waar ik door geraakt werd.

Woensdag was Koos jarig, in de kantine nasi gekocht zodat hij niet hoefde te koken J Doen we trouwens vaker, de kantine heeft dagelijks keuze uit een aantal gerechten die je voor 2-3 euro per maaltijd kunt kopen.

Deze week ook het onderwerp voor mijn projectonderzoek definitief gekozen. Op de boxen-unit mogen alleen de ouders van het kind op bezoek komen. Het bezoek willen ze uitbreiden zodat ook oma, opa, broer en/of zus op bezoek mag komen. Ik ga onderzoeken/een onderzoeksplan schrijven over of dit bijdraagt aan een snellere genezing van het zieke kind op deze afdeling. Heb ik zin in!

Donderdagmiddag hebben we een evaluatie gehad met de nieuwe buitenlandse studenten. Leuk om even te horen wat de ervaringen zijn van de anderen. Herkenning bij elkaar van het wennen aan deze cultuur, communicatie en begeleiding is anders dan in Nederland maar dit zegt natuurlijk niet dat het ook beter of slechter is.

Mijn coördinator Mw. Schmidt blij gemaakt met een torso voor het onderwijs. Was ze erg blij mee!

’S avonds het eerste intervisiegesprek gehad met een medestudent uit het Diakonessenhuis en drie andere studenten van de VIAA die stage lopen in het Academisch Ziekenhuis. Was gezellig en leerzaam, veel ervaringen kunnen delen, Koos was mee en heeft inhoudelijk veel informatie kunnen geven n.a.v. de vragen die we hadden vanuit de opgedane ervaringen op de afdelingen.

Aan het eind van de week een supermarkt (Choi’s) gevonden met veel Nederlandse producten, dus het weekend genieten van: Bifiworstjes, fetakaas, stokbrood met kruidenkaas, tapenade en een lekkere witte wijn! Heerlijk! Ook een prachtig overdekt winkelcentrum gevonden genaamd: de Hermitage. Hier heeft Koos nog een verlaat verjaardagcadeau gekocht, een horloge om bij de tijd te blijven. Zijn eigen horloge deed het hier niet meer. Hier zeggen ze: jullie hebben de klok en wij hebben de tijd… wat nou het beste is…?

Dat was het weer voor deze week. We zijn intussen plannen aan het maken om voor 1 of 2 weken naar Stoelmanseiland te gaan, eind november. Koos (tropenarts en huisarts) kan daar naartoe met de Medische Zending en ik mag mee als stagiaire! Lijkt me een prachtervaring: in een boot naar de verschillende dorpjes om voorlichting, vaccinaties en andere hulpverlening te geven. Van mijn begeleidster uit het Diaconessenhuis mag ik gaan, ze vindt het een leerzame ervaring.

Warme groet,

Zuster Willy


Week 2


Lieve mensen, hoe gaat het met u? In Su (riname) beginnen ze meestal een gesprek met de vraag: Hoe gaat het met u?, en zijn ze gewend als teken van respect elkaar aan te spreken met u. Dat vond ik even wennen. Voor mij kan ‘u’ ook een afstand scheppen en vind ik het een beetje Belgisch klinken waar ze ook ‘u’ gebruiken. Met mij gaat het goed.


Deze week begin ik op de couveuseunit. Op deze afdeling liggen neonaten (pasgeborenen) waaronder veel prematuren (te vroeg geborenen) die nog niet buiten het ziekenhuis zijn geweest. De couveusekindjes worden niet gewassen maar geveegd, dit betekent dat ze met vochtige doekjes worden afgenomen zodat ze niet teveel afkoelen. Ik verbaas me hoe sterk deze kleintjes zijn. Sommige kinderen hebben een neus-maagsonde, in het kinderhospice waar ik eerder stage liep heb ik hierin ervaring opgedaan, maar bij deze minikindjes gaat het om heel andere hoeveelheden en voed je soms met een paar cc per voeding. Hygiëne is ook hier erg belangrijk en ik heb mijn handen nog nooit zo vaak gewassen als deze dagen. Voor elk kind draag je een apart schort. Ik kan het niet vergelijken met hoe dit in Nederland is, misschien wel hetzelfde. Op woensdagochtend hebben we last van kakkerlakken en muizen op de afdeling, de hoofdzuster vertelt dat dit probleem bij regen vaker voorkomt en onderneemt direct actie.

De tweede helft van de week werk ik op de babyunit. Hier liggen neonaten (waaronder veel prematuren) die van buiten het ziekenhuis komen, wat het enige verschil is met de couveuseunit. Elke kind heeft zijn/haar persoonlijk behandeling/zorg nodig. Ouders zijn van 9 – 20 uur welkom op de afdeling. Dit wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. Indien mogelijk voeden de ouders zelf het kind, een vorm van mantelzorg. Alleen ouders mogen op de afdeling komen. Tussendoor heb ik soms leuke/bijzondere gesprekjes met de ouders. Een moeder had haar kindje op de arm die in haar slaap lachte. Meestal leggen wij dit uit als lachstuipjes maar de moeder zei: “Mijn oma zegt altijd dat dan de engelen met haar spelen”. Geloven in iets moois, dat maakt de mens rijker.

Bij ontslag van een baby blijkt dat er geen kraamzorg wordt geboden. Dit kun je wel particulier inkopen maar is voor de gemiddelde Surinamer onbetaalbaar. Wat dat betreft zijn wij in Nederland nog gezegend ondanks dat ons (gratis) zorgaanbod duidelijk aan het slinken is. Ook is het mogelijk voor ouders van een kind op de I.C om gebruik te maken van Rooming In. Het Ronald MacDonaldfonds heeft dit mogelijk gemaakt. Helaas moet er een bijdrage van 100 SRD per nacht worden betaald, dit is voor veel ouders te duur. De afgelopen maanden zijn de prijzen van de producten in Suriname verdrievoudigd maar de salarissen gelijk gebleven. Veel verpleegkundigen denken er daarom over om in het buitenland te gaan werken. Een basis maandsalaris van een verpleegkundige in Su is 2400 SRD per maand= 300 euro. Als je bedenkt dat shampoo 21 SRD kost en een fles schuurmiddel eigen merk 20 SRD snap je dat de producten bijna onbetaalbaar worden.

In ons huis staat een tijdelijke wasmachine (inmiddels al twee jaar…) die niet erg schoon wast, tussendoor moet ik er handmatig heet water bijgooien want het wast alleen met koud water! Bij navraag zijn er best goede wasmachines in Suriname maar onze huisbaas heeft deze investering tot nu toe niet gedaan. Doordat het zo warm is merk ik dat ik meer uniformen nodig heb. Even bestellen via internet is hier niet mogelijk, bij navraag moet ik stof kopen en naar een coupeuse om de uniformen te laten maken! Maar even kijken hoe lang dit gaat duren en wat dit gaat kosten…

Als je in Nederland naar de Chinees gaat denken we dat je chinees eten gaat halen. In Su betekent het dat je naar de supermarkt gaat, de chinezen hebben de meeste supermarkten in beheer. Op de afdeling heb ik een zuster ontdekt die heerlijke koekjes bakt en deze voor 10 srd verkoopt. Je begrijpt, ’s avonds hebben wij bij de koffie heerlijk versgebakken spritsen van de zuster. Ook krijg ik deze week een tas vol bananen en mango’s van een lieve zuster met wie ik had gesproken over de heerlijke mango’s in Mozambique. Nu kon ik ze vergelijken met die uit Su. Warme, lieve mensen hier, zoals ik al eerder schreef.

Voor zover mijn belevenissen van deze week, groeten uit het warme Suriname!

Zuster Willy



Stage Diaconessenhuis Paramaribo Suriname

Week 1

Daar begin ik dan, mijn stage als 4de jaars student van de Hogeschool Viaa te Zwolle.

Het zal behoorlijk ‘aanpoten’ worden, naast mijn competensiesets zal ik ook een klein onderzoek moeten doen. Wat de onderwerpen zijn: géén idee! Eerst maar kijken op welke afdeling ik geplaatst wordt. Op woensdag 14 september wordt ik om 7 uur verwacht bij de coördinator van de opleiding.

Net de maandag ervoor aangekomen en nog niet gewend aan de warmte wurm ik mij de eerste ochtend in mijn uniform. Gelukkig verblijf ik in een huis vlak bij het ziekenhuis en is het nog geen vijf minuten lopen. Sjonge wat warm, dat is nog even wennen, althans, ik hoop dat ik hier aan ga wennen!

In het ziekenhuis wordt ik hartelijk ontvangen en krijg een uitgebreide uitleg over het reilen en zeilen in het ziekenhuis. Er wordt gevraagd op welke afdeling ik wil werken en kies voor de kinderafdeling. Dit met het oog op mijn toekomst, straks in Afrika zal ik grotendeels ook met kinderen gaan werken. Ik maak kennis met de praktijkbegeleider en zij brengt mij naar de kinderafdeling. Deze is verdeeld in verschillende units. De babykamer, de couveusekamer, de peuter/kleuterkamer, de jongens/meisjes kamer en de isolatieafdeling.

Op de kinderafdeling is een hoofd, een subhoofd, verpleegkundigen en verzorgenden. Deze week kan ik mij oriënteren op de jongens/meisjesunit. Waar ik aan moet wennen is dat alles nog op papier wordt beschreven, dus geen digitale verslaglegging. Maar de mensen zijn allemaal erg vriendelijk en zorgzaam voor de patientjes. Ook merk ik dat hier heel veel mensen rondlopen met veel ervaring en kennis, hier kan ik veel van leren, en daarvoor ben ik natuurlijk gekomen! Op de tweede dag wordt er een overleg gepland met de coördinator, de praktijkbegeleider, het hoofd van de afdeling en ik om met elkaar mijn werkplan door te nemen. Over veertien dagen zal ik na overleg met het hoofd van de afdeling een definitieve versie voorleggen.

Een paar verschillen met het ziekenhuis in Nederland: Ouders zorgen zelf voor handdoeken, luiers en billendoekjes. Er zijn geen bedgordijnen en er wordt gebruik gemaakt van een kamerscherm voor de privacy. De temperatuur wordt gemeten onder de oksel, bij kinderen onder de drie jaar rectaal.

’s Morgens tussen 9.30 – 11.30 uur neem je in overleg met je collega een half uurtje ‘schaft’. Je moet dan van de afdeling en kunt dan in de kantine eten/drinken of even buiten zitten/wandelen. Buiten was mij veel te heet en ik koos om in de kantine iets te drinken en te eten. Ze hebben daar heerlijke broodjes! Verder is er op de dag geen pauze, het antwoord op mijn vraag wanneer ze dan eten zeiden ze: Surinamers eten de hele dag, daar hebben ze geen vaste tijd voor. Tussendoor lopen zendan de keuken in en eten iets. (wat ze meenemen van huis, vaak warme maaltijden).

Deze eerste weken werk ik alleen de dagdiensten, die zijn van 7 tot 15 uur. Na mijn dienst loop ik naar huis om zo snel mogelijk mijn uniform uit te trekken, te douchen en om af te koelen bij de airco! Het weekend ben ik een trouwe gast bij het zwembad (sommige hotels hebben mooie zwembaden waar je voor nog geen 2 euro kan zwemmen) en sla het Vat niet over om daar heerlijke sate te eten!

Mijn eerst week zit erop!